Tropenmuseum
Hoofdmenu

Tropenmuseum vroeger en vandaag

Door Kees-Jan Donkers

Marmeren Hal

Bekijk de printvriendelijke versie (.pdf).

Een museum vertelt vele verhalen. Het verhaal van het eigen ontstaan. Het verhaal van de voorwerpen en kunst die ons betoveren. Van de mensen die de voorwerpen maakten en ooit gebruikten. Het Tropenmuseum in Amsterdam vertelt verhalen over niet-westerse culturen. Met duizenden voorwerpen, in tijdelijke en vaste tentoonstellingen bevordert het museum daarmee de kennis van en wisselwerking tussen culturen. Daarmee biedt het Tropenmuseum sinds jaar en dag beleving en ervaring voor een breed en divers publiek.

De geschiedenis van het Tropenmuseum vormt zélf een verhaal van culturele verandering. De manier waarop de initiatiefnemers eind 19e eeuw naar 'de tropen' keken, laat een fascinerende ontwikkeling zien. Als illustratie van de manier waarop mensen en hun verhalen veranderen.

Het koloniale begin

Op initiatief van Frederik Willem van Eeden, vader van de beroemde schrijver, en secretaris van de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid, opent het Koloniaal Museum in Haarlem in 1871 zijn deuren. Het doel: ‘grondstoffen, natuurvoortbrengselen en volksvlijt uit de Nederlandsche overzeesche bezittingen’ te tonen.

De intentie om 'Nederlandsche overzeesche bezittingen' te tonen, breed gedragen door een gemêleerde en bevlogen groep ondernemers en politici, werd later verfijnd. Onder invloed van de vergelijkende volkenkunde ging het meer om het bijeenbrengen van een zo compleet mogelijke verzameling voorwerpen. Een collectie die ‘op de tegenwoordige toestand van de volken betrekking heeft ter vermeerdering van kennis over huishouding, zeden en gewoonten van deze bevolking’. Geen zuiver kunst- of etnisch museum dus, maar een plek met ruimte voor kennisoverdracht en stimulering van handel en welvaart.

Wanneer in 1926 de opvolger van het Haarlemse museum, het huidige gebouw in Amsterdam-Oost, wordt ingewijd als Koloniaal Instituut, telt de collectie al 30.000 voorwerpen plus een aanzienlijke fotocollectie. Een rijk geschakeerd geheel, vooral bijeengebracht via schenkingen van particulieren, (ontdekkings)reizigers en wetenschappers.

Een nieuw perspectief

Na de onafhankelijkheid van Indonesië verruimt het museum zijn perspectief naar de gehele tropen: het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika komen in beeld. De naam verandert via Indisch Instituut in Tropeninstituut en nieuwe verzamelingen ontstaan die in hun samenhang een beeld schetsen van het dagelijkse leven in al zijn facetten. Speciale verzamelreizen ‘in het veld’ leveren complete scènes op van landbouw, ambacht en handel uit landen als India, Suriname en Libië, met ossenkarren, woningen en meterslange boten.

Ontwikkelingssamenwerking

Op de stroom van het engagement uit de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw kent ook het museum een grote omslag, mede op initiatief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat begrip en draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking wil kweken. De problematiek van armoede en achterstelling komt aan de orde rond thema’s als dakloosheid, watervoorziening, de positie van de vrouw, gezondheid, plattelandsontwikkeling en de opkomst van nieuwe stadsculturen.

Deze veranderingen hebben uiteraard hun sporen nagelaten in de collectie. Ze wordt aangevuld met voorbeelden van lokale technologie en het hergebruik van materialen. Het museum zelf ondergaat begin jaren ’70 ook een grondige renovatie. Een van de doelstellingen is een publieksvriendelijkere ruimte te creëren. Een nieuwe vleugel gaat ruimte bieden aan het Kindermuseum (nu Tropenmuseum Junior).

Cultuur in ontwikkeling

In de jaren ’80 vindt wederom een verschuiving van perspectief plaats. Meer en meer geeft men aandacht aan de ontwikkeling in en van culturen; voorwerpen worden minder op zichzelf getoond, maar veel meer in samenhang om veranderingsprocessen zichtbaar te maken.

Ook in een andere, letterlijke zin vormt het museum de ontmoetingsplek tussen culturen – het fenomeen Reizigersdagen doet zijn intrede, waar enthousiaste reizigers en organisaties hun ervaringen delen met het publiek.

Nu en de nabije toekomst

Het sleutelbegrip voor recente én de komende jaren is verankering in de maatschappij: een nog sterkere nadruk op culturele wisselwerking als permanente motor van verandering, hier en nu. de afgelopen jaren zijn verschillende semi-permanente tentoonstellingen vernieuwd, waarbij de collectie nog meer wordt getoond als drager van immateriële waarden. En ook nu zal het gebouw de vernieuwing volgen: een grote aanpassing van bijvoorbeeld het entreegebied staat op stapel, met openheid en transparantie als de fysieke afspiegeling van een maatschappelijk relevante opstelling.

Voorwerpen en hun Verhalen

In de eerste decennia van het Koloniaal Museum kreeg het Nederlands publiek vooral volksvlijt en handelsproducten te zien. Met de opkomst van de volkenkunde en een serieuzere interesse in niet-westerse culturen verschoof ook de manier van exposeren: in plaats van een geïsoleerd product liet het museum steeds meer verbanden zien: een compleet verhaal met aandacht voor culturele, sociale en economische aspecten.

Het brengen van exposities met aansprekende verhalen en nieuwe verbanden weten te leggen die voor de huidige Nederlandse samenleving relevant zijn, is de kern van wat het tropenmuseum brengt. En dat in een vorm die aansluit bij de beleving van nu: combinaties van objecten, video, animatie en geluid om de context zoveel mogelijk tot leven te wekken.

Cultuurgoed en voorwerpen uit het volle leven

Al in 1926 telde de collectie 30.000 voorwerpen waarvan 15.000 uit het voormalige etnografisch museum van dierentuin Artis. Nu kan het museum putten uit zo’n 175.000 voorwerpen, 155.000 foto’s en 10.000 overige voorwerpen uit beeldcollecties (tekeningen, schilderingen, documenten etc). Hieronder bevinden zich topstukken met de hoogste historische en esthetische waarde, maar het best vertegenwoordigd zijn gebruiksvoorwerpen uit het leven van alledag: van huisraad tot huisaltaar, en van gereedschap tot persoonlijke sieraden.

Geografisch bepaalde collecties

Deze vormen het hart van de totale collectie en zijn geografisch onderverdeeld: Zuidoost-Azië, Zuid-Azië, West-Azië & Noord-Afrika, Afrika bezuiden de Sahara, Latijns Amerika & de Cariben, Oceanië, en een restverzameling die iets buiten het museumkader valt met objecten uit China, Japan, Korea en Europa.

Fotografie

Deze collectie is met 155.000, voornamelijk historische beelden zeer omvangrijk en van grote waarde. Vooral de periode 1855-1940 en de voormalige Nederlandse gebieden in Indië en het Caribisch gebied zijn sterk vertegenwoordigd, via het werk van vrijwel alle bekende Nederlandse professionele fotografen uit die tijd.

Thematische collecties

Muziek krijgt in het museum aandacht in de context van cultuur, feesten, vieringen en religies. De collectie telt 5.500 instrumenten, honderden theaterattributen, poppenspelen, kostuums, maskers en een compleet gamelaninstrumentarium dat regelmatig tot leven komt bij gamelanbespelingen.

Het museum bezit een grote en belangrijke collectie textiel op internationaal niveau van ruim 21.000 items, waaronder weefsels en instrumentarium. Vooral uit Indonesië telt de verzameling bijzondere unica.

Volksreligie/popular art; voorwerpen veelal gemaakt in een stedelijke omgeving door mensen zonder professionele kunstopleiding. Vaak met een praktische functie als uithangbord of doodskist.

Tropenmuseum Junior – Het vreemde wordt vertrouwd

Om kinderen de complexe wereld van morgen met openheid tegemoet te laten treden, is cultuureducatie een onontbeerlijk middel. Tropenmuseum Junior vervult deze behoefte al bijna 30 jaar op een geheel eigen en creatieve manier. Een enthousiaste en deskundige staf organiseert interactieve tentoonstellingen over niet-westerse culturen voor kinderen van 6 tot 12 jaar. En wat bijna nooit in een museum mag: de speciaal voor dit doel verzamelde voorwerpen en kleding worden door de kinderen aangeraakt en ook echt gebruikt. Een bezoek wordt zo een belevenis waarin de kinderen zelf een tentoonstelling tot leven wekken. Hoofd en hart worden gevoed, en alle zintuigen aangesproken.

Door eigen onderzoek beschikt Tropenmuseum Junior over actuele kennis van andere culturen, die wordt verwerkt in goed doordachte interactieve programma’s voor het onderwijs. Jaarlijks bereiken Tropenmuseum Junior en het museum als geheel maar liefst 30.000 kinderen. Gevoegd bij de meer dan 100.000 bezoekers aan www.tropenmuseum.nl per jaar, bereikt het museum zo een flinke groep voor wie het vreemde steeds vertrouwder wordt.

Wereldwijde partners en projecten

Het Tropenmuseum vormt het voor het publiek meest zichtbare deel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Waar het museum met exposities en andere activiteiten het Nederlands publiek bewust maakt van wat er in en tussen culturen speelt, vormt het KIT al bijna een eeuw een veelzijdig instituut voor internationale en interculturele samenwerking.

In Nederland werkt het KIT aan bewustwording over duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Het KIT telt de volgende afdelingen: Development, Policy & Practice, Biomedical Research, Intercultural Management & Communication, het Tropenmuseum, het Tropentheater, KIT Publishers, en Information & Library Services. Het werkt samen met overheden, internationaal opererende bedrijven, ontwikkelings- en andere organisaties, wetenschappelijke instellingen en multilaterale organisaties als de VN, de EU en de Wereldbank. Het KIT telt zo’n 450 medewerkers en is actief in meer dan 60 landen in alle werelddelen. Met onder andere adviezen over ontwikkelingsprojecten, wetenschappelijk onderzoek, opleidingen en trainingen, en informatiediensten.

Het museum als partner bij (inter)nationale activiteiten

Het Tropenmuseum werkt samen met zeer uiteenlopende internationale projecten. Dit gebeurt zowel in samenwerking met andere afdelingen binnen het KIT als direct met organisaties ter plaatse. Het gaat daarbij niet alleen om expertise op het gebied van geschiedenis, culturen en de veranderingsprocessen, maar ook om meer organisatorische aspecten als kennisoverdracht over culturele grenzen heen en om de puur museale taken: beschrijving en registratie van collecties, het formuleren van een expositiebeleid tot en met het opzetten van concrete tentoonstellingen.

Een monument met een verhaal

“In het Oosten van onze Hoofdstad torent het hoog boven huizen en boomen uit…” schreef een enthousiaste journalist van Eigen Haard op 9 oktober 1926 bij de opening van het Koloniaal Instituut. Gepaste trots, want wat nu het KIT en het Tropenmuseum herbergt, was toen niet alleen het grootste gebouw van Amsterdam, maar het combineert stijlen en inzichten op een manier die elders in ons land nauwelijks zijn te vinden.

Het combineren van al deze stijlen en inzichten was geen makkelijke klus. Begeleid door felle discussies in politiek en pers alsmede door veel tegenslagen tijdens het bouwproces kostte het uiteindelijk elf jaar en veel doorzettingsvermogen om het gebouw van de grond te krijgen.

Het gebouw, naar een ontwerp van J.J. van Nieukerken, is voor Nederlandse begrippen zeer rijk versierd met directe en meer symbolische verwijzingen naar autoriteiten, oprichters, doelstellingen,wetenschap, landbouw, flora en fauna, religies, verhalen en mythen uit de betrokken culturen. Een speciale Commissie voor de Symboliek heeft meer dan tien jaar de toepassing van decoratie voorbereid en begeleid. Resultaat is een steeds weer verrassende compositie met vele lagen, die zich laat genieten als kunstwerk en laat lezen als een boek waarin alle idealen van de oprichters zijn terug te vinden. De beeldhouwwerken, friezen, schilderingen en houtsnijwerk zijn in uitvoering en materialen van hoge kwaliteit en werden uitgevoerd door bekende kunstenaars uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Plaats en tijd voor reflectie

Wie het museum bezoekt en de tijd neemt om naast de expositie ook het gebouw zelf te ervaren, raakt daarop niet snel uitgekeken. De tijdloze en royale ruimte van de Lichthal wordt afgewisseld met verrassende doorkijkjes en beschutte hoekjes. En overal – van speciaal gesmede raamhendels tot metershoge schilderingen – laat het gebouw zien met welke visie en aandacht het tot stand is gebracht. Als vanzelf vertraagt de pas en het lijkt of een andere dimensie door het nu heen schemert. Zo schept het gebouw een sfeer waarin bezoekers gemakkelijk tot ontvankelijkheid en reflectie komen.

Naar een nieuwe openheid

De bijzondere architectuur en het historische karakter van het Koninklijk Instituut voor de Tropen bezorgden het gebouw in 2003 een plek op de Monumentenlijst. Voor de komende jaren liggen er vergaande plannen om deze unieke plek nog toegankelijker te maken. Zo komt er een nieuwe entree aan de Linnaeusstraat waarmee een levendig overgangsgebied tussen stad en museum zal worden gecreëerd. En ook de faciliteiten voor bijeenkomsten en groepsbezoek zullen sterk worden verbeterd. Dit om de groeiende aantallen zeer diverse publieksgroepen (internationale gasten, toeristen, professionals, studenten, theaterbezoekers en museumliefhebbers) op een moderne manier hun weg te laten vinden in het verleden en de actualiteit van culturele interactie.


Koninklijk Instituut voor de Tropen