Tropenmuseum vroeger en vandaag
Ontwikkelingen in een museum
Bekijk de printvriendelijke versie (.pdf).
Het Tropenmuseum vormt het voor het publiek meest zichtbare deel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Het museum vertelt verhalen over niet-westerse culturen. Met duizenden voorwerpen, in tijdelijke en vaste tentoonstellingen bevordert het museum daarmee de kennis van en wisselwerking tussen culturen. Daarmee biedt het Tropenmuseum sinds jaar en dag beleving en ervaring voor een breed en divers publiek.
Jaren twintig: Het begin
Op initiatief van Frederik Willem van Eeden, secretaris van de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid, opent het Koloniaal Museum in Haarlem in 1871 zijn deuren. Het doel: ‘grondstoffen, natuurvoortbrengselen en volksvlijt uit de Nederlandsche overzeesche bezittingen’ te tonen.
Wanneer in 1926 de opvolger van het Haarlemse museum, het huidige gebouw in Amsterdam-Oost, wordt ingewijd als Koloniaal Instituut, telt de collectie al 30.000 voorwerpen plus een aanzienlijke fotocollectie. Een rijk geschakeerd geheel, vooral bijeengebracht via schenkingen van particulieren, (ontdekkings)reizigers en wetenschappers.
De geschiedenis van het Tropenmuseum vormt zelf een verhaal van culturele verandering.
Jaren vijftig: Een nieuw perspectief
Na de onafhankelijkheid van Indonesië verruimt het museum zijn perspectief naar de gehele tropen: het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika komen in beeld. De naam verandert in Tropeninstituut en nieuwe verzamelingen ontstaan die in hun samenhang een beeld schetsen van het dagelijkse leven in al zijn facetten. Speciale verzamelreizen ‘in het veld’ leveren complete scènes op van landbouw, ambacht en handel.
Jaren zeventig: Ontwikkelingssamenwerking
Deze veranderingen hebben uiteraard hun sporen nagelaten in de collectie. Ze wordt aangevuld met voorbeelden van lokale technologie en het hergebruik van materialen. Het museum zelf ondergaat begin jaren ’70 ook een grondige renovatie. Een van de doelstellingen is een publieksvriendelijkere ruimte te creëren. Een nieuwe vleugel gaat ruimte bieden aan het Kindermuseum (nu Tropenmuseum Junior).

Jaren tachtig: Cultuur in ontwikkeling
In de jaren ’80 vindt wederom een verschuiving van perspectief plaats. Meer en meer geeft men aandacht aan de ontwikkeling in en van culturen; voorwerpen worden minder op zichzelf getoond, maar veel meer in samenhang om veranderingsprocessen zichtbaar te maken.
Ook in een andere, letterlijke zin vormt het museum de ontmoetingsplek tussen culturen – het fenomeen Reizigersdagen doet zijn intrede, waar enthousiaste reizigers en organisaties hun ervaringen delen met het publiek.
Een brede collectie
Al in 1926 telde de collectie 30.000 voorwerpen waarvan 15.000 uit het voormalige etnografisch museum van dierentuin Artis. Nu kan het museum putten uit zo’n 175.000 voorwerpen, 155.000 foto’s en 10.000 overige voorwerpen uit beeldcollecties (tekeningen, schilderingen, documenten etc). Hieronder bevinden zich topstukken met de hoogste historische en esthetische waarde, maar het best vertegenwoordigd zijn gebruiksvoorwerpen uit het leven van alledag: van huisraad tot huisaltaar, en van gereedschap tot persoonlijke sieraden.
De fotografiecollectie is met 155.000 beelden van grote waarde. Vooral de periode 1855-1940 en de voormalige Nederlandse gebieden in Indië en het Caribisch gebied zijn sterk vertegenwoordigd, via het werk van vrijwel alle bekende Nederlandse professionele fotografen uit die tijd. Daarnaast telt de muziekcollectie 5.500 instrumenten, honderden theaterattributen, poppenspelen, kostuums, maskers en een compleet gamelaninstrumentarium. Het museum bezit ook een grote en belangrijke collectie textiel op internationaal niveau van ruim 21.000 items, waaronder weefsels en instrumentarium.
-Muziekwereld.jpg)
Een groot deel van de collectie is nu ook online in te zien. Via het tabblad Collectie kan worden gezocht op trefwoorden en kunnen foto's en objecten uit de collectie bekeken worden. Hiermee gaat het Tropenmuseum mee met de tijd en geeft het een transparante blik in de collectie voor alle internetbezoekers.
Tropenmuseum Junior: Het vreemde wordt vertrouwd
Wat bijna nooit in een museum mag, mag wel in het Tropenmuseum Junior: de speciaal verzamelde voorwerpen en kleding worden door de kinderen aangeraakt en ook echt gebruikt. Een bezoek wordt zo een belevenis waarin de kinderen zelf een tentoonstelling tot leven wekken.
Door eigen onderzoek beschikt Tropenmuseum Junior over actuele kennis van andere culturen, die wordt verwerkt in goed doordachte interactieve programma’s voor het onderwijs. Jaarlijks bereiken Tropenmuseum Junior en het museum als geheel maar liefst 30.000 kinderen. Gevoegd bij de meer dan 100.000 bezoekers aan www.tropenmuseum.nl per jaar, bereikt het museum zo een flinke groep voor wie het vreemde steeds vertrouwder wordt.

Het museum als partner bij (inter)nationale activiteiten
Het KIT telt zo’n 450 medewerkers en is actief in meer dan 60 landen in alle werelddelen. Met onder andere adviezen over ontwikkelingsprojecten, wetenschappelijk onderzoek, opleidingen en trainingen, en informatiediensten. Het Tropenmuseum werkt samen met zeer uiteenlopende internationale projecten. Dit gebeurt zowel in samenwerking met andere afdelingen binnen het KIT als direct met organisaties ter plaatse. Het gaat daarbij niet alleen om expertise op het gebied van geschiedenis, culturen en de veranderingsprocessen, maar ook om meer organisatorische aspecten als kennisoverdracht over culturele grenzen heen en om de puur museale taken: beschrijving en registratie van collecties, het formuleren van een expositiebeleid tot en met het opzetten van concrete tentoonstellingen.
In het Oosten van onze hoofdstad torent het hoog boven huizen en boomen uit. Journalist van Eigen Haard op 9 oktober 1926 bij de opening van het Koloniaal Instituut.
Een monument met een verhaal
De plaats die nu het KIT en het Tropenmuseum herbergt, was toen niet alleen het grootste gebouw van Amsterdam, maar het combineert stijlen en inzichten op een manier die elders in ons land nauwelijks zijn te vinden.
Het gebouw, naar een ontwerp van J.J. van Nieukerken, is voor Nederlandse begrippen zeer rijk versierd met directe en meer symbolische verwijzingen naar autoriteiten, oprichters, doelstellingen,wetenschap, landbouw, flora en fauna, religies, verhalen en mythen uit de betrokken culturen. Een speciale Commissie voor de Symboliek heeft meer dan tien jaar de toepassing van decoratie voorbereid en begeleid. Resultaat is een steeds weer verrassende compositie met vele lagen, die zich laat genieten als kunstwerk en laat lezen als een boek waarin alle idealen van de oprichters zijn terug te vinden.

Naar een nieuwe openheid
Wie het museum bezoekt en de tijd neemt om naast de exposities ook het gebouw zelf te ervaren, raakt daarop niet snel uitgekeken. De bijzondere architectuur en het historische karakter van het Koninklijk Instituut voor de Tropen bezorgden het gebouw in 2003 een plek op de Monumentenlijst. Voor de komende jaren liggen er vergaande plannen om deze unieke plek nog toegankelijker te maken. Zo komt er een nieuwe entree aan de Linnaeusstraat waarmee een levendig overgangsgebied tussen stad en museum zal worden gecreëerd. Ook de faciliteiten voor bijeenkomsten en groepsbezoek zullen sterk worden verbeterd. Dit om de groeiende aantallen zeer diverse publieksgroepen op een moderne manier hun weg te laten vinden in het verleden en de actualiteit van culturele interactie.
