Geschiedenis
Van 1975 tot nu
Tropenmuseum Junior maakt tentoonstellingen voor kinderen tussen 6 en 13 jaar binnen de doelstellingen van het Tropenmuseum en het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Op schooldagen bezoeken schoolgroepen het museum, op de andere dagen is het museum geopend voor het algemene publiek. Sinds de tentoonstelling Verhalen om niet te verdwalen (1997 - 2000) is het Tropenmuseum Junior zeven dagen per week geopend met 2 à 3 programma's per dag. Zo ontvangt Tropenmuseum Junior per tentoonstelling gemiddeld zo'n 70.000 bezoekers in meer dan 2000 participatieprogramma's. Tentoonstellingen zijn ruim twee jaar opengesteld voor publiek.
Oprichting
In 1968 kreeg het Tropenmuseum een educatieve dienst. In 1972 startte discussie over een aparte afdeling, speciaal voor kinderen in de basisschoolleeftijd.
In 1975 werd Tropenmuseum Junior opgericht. Een museum zonder materiële collectie, maar met veel verhalen, dans, muziek, rollenspel en beeldende activiteiten. Een enkele 'schat' uit het Tropenmuseum werd 'hands off' getoond. Van daaruit ontstond de huidige werkwijze waarin materiële en immateriële cultuur als samenhangende eenheid wordt gepresenteerd. Van kinderwerkplaats tot kindermuseum.
Reizen
Vanaf 1980 heeft Tropenmuseum Junior kunnen reizen. Medewerkers trokken als voorbereiding voor een tentoonstellingen naar de landen die centraal stonden. Tijdens deze tochten werden voorwerpen, persoonlijke verhalen, beeldmateriaal en ideeën voor activiteiten verzameld. De keuze voor een voorwerp werd niet bepaald door de uniciteit ervan, maar door de mogelijke inpasbaarheid in de werkwijze van Tropenmuseum Junior.
Thema's
Een belangrijke constante in de werkwijze van Tropenmuseum Junior bleek de keuze voor thema's die niet uitsluitend over kinderen gaan. Tropenmuseum Junior gaat er vanuit dat kinderen geïnteresseerd zijn in het leven zelf en daarom presenteert het niet een veronderstelde kinderwereld. Door deze benadering voelen kinderen zich serieus genomen.
Sinds begin jaren negentig richt Tropenmuseum Junior zich niet meer expliciet op de achtergrond van migrantengroepen in Nederland. Tropenmuseum Junior vermijdt daarmee kinderen uit minderheidsgroepen 'tentoon te stellen'. Tropenmuseum Junior wil dat bezoekende kinderen zich ongeacht hun afkomst gelijkwaardig verhouden tot het onderwerp van de tentoonstelling. De diversiteit binnen de kindergroepen maakt dat de beleving hiervan varieert van herkenning tot erkenning, van nieuwsgierigheid tot overgave.
Interactie
Vanaf het begin van Tropenmuseum Junior stonden activiteiten op de tentoonstelling centraal, leren door te doen. Zo ook de interactie tussen de medewerkers en de bezoekende kinderen. Wanneer dat mogelijk was, werkten er medewerkers uit het gebied van het onderwerp met de kinderen. Zo hadden we medewerkers afkomstig uit Suriname, Chili, Senegal, Indonesië, Bolivia, Ghana en Iran.
'Die mensen daar'
Het vreemde wordt als vanzelfsprekend gebracht. Op die manier hoopt Tropenmuseum Junior culturele verschillen te overbruggen. Zinnen als 'zo doen die mensen daar' zijn uit den boze. Essentieel daarvoor is dat het verhaal van de tentoonstellingen gaat over personen en niet in algemeenheden wordt verteld. Door specifiek te zijn, leggen bezoekende kinderen zelfstandig verbanden met hun leef- en belevingswereld.
Enkele mijlpalen:
- Onderzoek naar orale traditie; gesteund door de NCDO (1994). Conclusies: orale traditie betekent niet alleen verhalen vertellen, maar bestaat uit een veelheid van met elkaar verbonden vormen zoals liederen, dansen, culturele objecten, riten, verhalen en vele mengvormen. In de orale traditie bestaat er geen breuk tussen 'performer' en publiek, maar een rechtstreekse, wederkerige afhankelijkheid.
- Internationaal Congres Hands On! 1996. Vertegenwoordigers uit meer dan twintig landen en van vijftig instellingen namen deel aan een participatieprogramma en lezingen. Het toen Kindermuseum geheten Tropenmuseum Junior vestigde definitief zijn naam als hoeder van kwaliteit en vernieuwer van een museale aanpak.
- European Museum of the Year Award van de Raad voor Europa, 1997.
- Zilveren Griffel boek Mario © Olimpia, 1998.
- Glazen Globe boek Kofi een koningskind, 2001.
- Bezoek Asatehene (koning van de Ashanti) aan Tropenmuseum Junior, 2002.
- (extra) Jenny Smelik/IBBYprijs boek De Paradijsstraat, 2004.
- Uitwisselingsproject tussen kinderen uit Teheran en Amsterdam als onderdeel van het tentoonstellingsprogramma Paradijs & Co, 2003-2006
- Boek 'De Parel en de Draak' bij tentoonstelling 'De Qi van China' bekroond met Zilveren Griffel. QiGame genomineerd voor Gouden Apenstaart (‘beste kindersite door professionals’), SpinAward ('Best Gaming Concept') en 'Best Of Web' Award, 2010.
