Achtergrondinformatie bij de tentoonstelling
Bisjpalen - een woud van magische beelden
David van Duuren (Conservator Oceanië Tropenmuseum): voorwoord van de catalogus Bisjpalen – een woud van magische beelden. KIT Publishers ISBN 978 90 6832 482 2
Bisjpalen zijn lange, figuratief uitgehakte boomstammen uit het zuidwesten van Nieuw-Guinea. De palen dienen als gedenktekenen voor de doden en zijn genoemd naar het ritueel waarvan zij het middelpunt vormen, de bisj. Dit ritueel heeft te maken met de cyclus van het leven en de dood en - in vroeger tijden - met koppensnellerij en wraakacties.
In de tentoonstelling 'Bisjpalen, een woud van magische beelden' zijn vrijwel alle monumentale voorouder- of geestenpalen van het Asmat-volk uit West Papoea (het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea) die de Volkenkundige Collectie Nederland rijk is, bijeengebracht. Nog nooit eerder was deze grootste en belangrijkste collectie ter wereld volledig voor het publiek tentoongesteld.
Bisj-palen bevinden zich in de collectie van het Wereldmuseum in Rotterdam, het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Maar alleen in het Tropenmuseum met zijn grote centrale expositieruimte was het mogelijk om vrijwel alle palen van de drie musea bij elkaar op de vloer te zetten als een indrukwekkend ensemble. Zo is de lichthal van het Tropenmuseum omgetoverd tot een woud van metershoge beelden.
Aanvankelijk leek het nogal vermetel om tientallen reusachtige palen, waarvan een aanzienlijk aantal de lengte heeft van een complete boomstam, moeizaam uit de museumdepots tevoorschijn te halen. Ze liggen daar in sommige gevallen al een halve eeuw. Hoe zou na al die jaren de conditie van de palen zijn? Zou het misschien sterk ingedroogde hout geen ernstige recente scheuren vertonen en bladderden de natuurlijke pigmenten waarmee ze ooit waren beschilderd niet af? Waren ze allemaal nog wel heel? En los hiervan: zouden de musea in Rotterdam en Leiden geen logistieke bezwaren hebben om deze zware en moeilijk te hanteren objecten uit te lenen voor een tijdelijke expositie in Amsterdam?
Dat laatste bleek geen hinderpaal te zijn. Beide musea werkten ruimhartig mee en waren bereid alle voorouderpalen die het Tropenmuseum voor de expositie wilde inzetten, zonder enig voorbehoud beschikbaar te stellen. Alle palen werden in het kader van dit project geďnspecteerd, digitaal gefotografeerd en – indien nodig - gerestaureerd. De tentoonstelling bood een goede gelegenheid om de kostbare collectie de professionele museale zorg te geven die zij nodig had.
Lees verder over de verzamelgeschiedenis van de bisjpalen