Nederlands-Indië

Nederlands-Indië

Een koloniaal verleden

Nederlands-Indië, Oost-Indië, Indië en de Oost zijn namen voor Indonesië in de tijd van de Nederlandse overheersing. Ook de poëtische namen Rijk van Insulinde en Gordel van Smaragd werden gebruikt. Deze tentoonstelling gaat over driehonderdvijftig jaar Nederlands kolonialisme in Indië.

Nederlands-Indië: Beeldentheater Sayers

Het begon met de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De VOC stichtte en veroverde in de zeventiende eeuw handelsplaatsen aan de kusten van de Indonesische eilanden om geld te verdienen in de specerijenhandel. Vanaf de negentiende eeuw ging de Nederlandse staat het hele eilandenrijk besturen. De opstanden van Indonesiërs tegen die machtsuitbreiding werden vaak bloedig neergeslagen. Vanaf het begin van de twintigste eeuw groeide onder de Indonesiërs het streven naar onafhankelijkheid en kort na de Tweede Wereldoorlog eindigde de koloniale overheersing. Nederlands-Indië werd de onafhankelijke staat Republik Indonesia. In 1963 werd Nederlands Nieuw-Guinea daar een deel van onder de naam Irian Jaya.

De ethische politiek

Het koloniale verleden is nog aanwezig in voorwerpen, in herinneringen en familieverhalen. Het sterkst aanwezig in het geheugen van Nederland en Indonesië zijn de laatste jaren van die periode, de eerste helft van de twintigste eeuw. De tijd van de ‘ethische politiek’ alle bewoners van Nederlands-Indië mee laten profiteren van de ‘vooruitgang’. Beter onderwijs, betere wegen en spoorwegen en een betere gezondheidszorg moesten daaraan bijdragen. De tentoonstelling geeft een indruk van de vele tegenstrijdigheden in de koloniale samenleving in Indië in de tijd van de ethische politiek: thuis, in het onderwijs, in ondernemingen en op cultureel gebied.

In Indië: een koloniaal theater

Het centrale deel van de tentoonstelling Nederlands-Indië bestaat uit zeven poppen van personen uit het Indië van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Ze zijn neergezet als herkenbare individuen en zijn tegelijkertijd historische archetypen: de hoge koloniale bestuursambtenaar, de kunstenaar, de KNIL-soldaat, de ‘inlandse’ ambtenaar, de huisvrouw, de zendelinge en de plantagehouder. Deze eigentijdse poppen vertellen hun eigen verhaal, maar wijzen ook terug naar de traditie van poppen in volkenkundige musea. Een speciale inspiratiebron was de opstelling in dit museum in 1938 ter ere van het 40-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina.


Voorwerpen

Bekijk voorwerpen van deze tentoonstelling in de collectiedatabase.

Collectiedatabase

Persinformatie

Bekijk de persinformatie van deze tentoonstelling.

Lees meer

Koninklijk Instituut voor de Tropen